Hanna Bervoets

Hanna Bervoets (1984) is schrijver, essayist en scenarist. Ze schreef zeven romans. In 2017 won ze de BNG Bank Literatuurprijs voor Ivanov, en de Frans Kellendonk-prijs voor haar gehele oeuvre. Welkom in het Rijk der zieken is haar meest recente roman.

Denkt u dat Samoa’s niet kunnen skiën?

Antwoord op een afwijzingsbrief

Fiep van Bodegom

Fiep van Bodegom is redacteur van De Gids. Ze schrijft regelmatig voor De Groene Amsterdammer en NRC, doorgaans over literatuur. Daarnaast publiceerde ze essays, proza en vertalingen.

Zeewierdagen

Dagboekfragmenten van een jonge vrouw op Antarctica.

Heidi Dorudi

Heidi Dorudi is filosoof, intersectioneel feminist, schrijver en projectmanager. Publiceert op dorudi.nl. Heidi schrijft aan haar eerste boek Metafysica en Kritiek bij Hannah Arendt: Over de mogelijkheid van vrijheid en verantwoordelijkheid in het politieke handelen.

Het ware beeld van de geschiedenis van Antarctica (1)

Deel 1 van een tweedelig seminar

Rob van Essen

Rob van Essen (1963) is schrijver, vertaler en recensent Angelsaksische literatuur voor NRC Handelsblad. Met zijn meest recente roman De Goede Zoon won hij de Libris Literatuur Prijs.

Drink wat met de Maanman

Een kroeggesprek op de Zuidpool.

Rodaan Al Galidi

Rodaan Al Galidi (1971) is dichter en prozaschrijver, hij studeerde in Irak af als bouwkundig ingenieur en kwam in 1998 in Nederland, waar hij asiel aanvroeg. Het asiel werd geweigerd en hij is uitgeprocedeerd. Al Galidi leerde zichzelf Nederlands en begon met schrijven. In 2007 kreeg hij een voorlopige verblijfsvergunning in Nederland. Hij ontving onder meer El Hizjra-literatuurprijs en de J.C. Bloemprijs. Zijn meest recente boek is de dichtbundel Neem de Titel Serieus.

De Laatste Pinguïn

Voordracht ter ere van de opening van het eerste Puck-warenhuis in Upper McMurdo.

Auke Hulst

Auke Hulst (1975) is romanschrijver, journalist en muzikant. Hij schreef negen boeken. Zijn meest recente werk is Zoeklicht op het gazon.

“LichtLand”™

Een geannoteerd shooting script van een netwerk-implantaatpromo voor “LichtLand”™

Emy Koopman

Emy Koopman is schrijver, onderzoeksjournalist en gepromoveerd literatuurwetenschapper. Haar eerste roman, Orewoet, verscheen in 2016 bij Prometheus en werd genomineerd voor de Fintro Literatuurprijs en de Bronzen Uil. Ze werkt aan een tweede roman. Via Hard//hoofd

De Adam en Eva van Antarctica

Interview in Antarctica nu - jubileumeditie.

Kiza Magendane

Kiza Magendane is schrijver, voor onder meer NRC en De Groene Amsterdammer, en beleidsondernemer die zich bezig houdt met burgerschap, identiteit, globalisering en Afrika in de wereld.

Bekentenis van een vechtende nazaat

Een dagboekfragment

Jelmer Mommers

Jelmer Mommers (1987) is journalist. Hij schrijft voor De Correspondent over klimaatverandering. In 2019 verscheen van hem Hoe gaan we dit uitleggen – Onze toekomst op een steeds warmere aarde. In dat boek komt de kolonisatie van Antarctica niet voor.

Grip of het gebrek daaraan

Aantekeningen van romancier Éric Vaye, schrijver van dé familiegeschiedenis van Antarctica, bezorgd door zijn redacteur

Thomas Muntz

Thomas Muntz is onderzoeksjournalist voor Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico, daar doceert hij ook in de masterclass onderzoeksjournalistiek. Hij is tevens docent politieke filosofie en liberal arts aan de Universiteiten van Amsterdam en Tilburg. Thomas is initiatiefnemer van Project Antarctica.

De tijd van voor onze tijd

Over religie & wetenschap in de vroege geschiedenis van Antarctica

Rik Peters

Rik Peters (1989) studeerde filosofie en klassieke talen in Amsterdam (UvA en VU) en in Venetië (Ca’Foscari). Sinds september 2016 doet hij aan de University of Chicago promotieonderzoek naar het snijvlak tussen wetenschap, literatuur en filosofie in Hellenistisch Griekenland.

Operatie McMurder

Memorandum over spookuitdrijvingen in de suburbs van Antarctica

Jan Postma

Jan Postma (1985) werkt als journalist en fotograaf. Sinds 2010 schrijft hij voor De Groene Amsterdammer over onder meer literatuur, fotografie en beeldende kunst. In het voorjaar van 2017 verscheen zijn essaybundel Vroege werken.

Wilde Aardbeien

Aantekeningen bij een zeereis naar Antarctica

Aafke Romeijn

Aafke Romeijn (1986) zingt, schrijft, twittert en blogt over politiek, feminisme, haar kat Henk en pulp-tv. In april 2018 kwam haar debuutroman Concept M uit bij De Arbeiderspers, in mei 2019 verscheen haar nieuwe album M, de soundtrack bij het boek.

Het Rio Grande-Verdrag

Een Wikipedia-pagina over de Antarctische oorsprong van non-humaan recht

Kasper van Royen

Kasper van Royen (1983) studeerde Wijsbegeerte in Amsterdam en schrijft korte verhalen, columns en zo nu en dan een gedicht. Zijn meest recente roman is En toen kwam Annika.

Pinguïnperikelen

Overpeinzingen uit een pinguïnpretpark.

Babah Tarawally

Babah Tarawally, Sierra-Leoons-Nederlandse schrijver en gespreksleider die zich inzet voor onafhankelijke media in ontwikkelingslanden. Als columnist bij dagblad Trouw schrijft hij over (verborgen) discriminatie en racisme. ‘Gevangen in zwart wit denken’ is zijn meest recente boek.

Lunchen in Mofou

Een reportage uit de hoofdstad.

Jeroen Trommelen

Jeroen Trommelen (1956) is hoofdredacteur van platform voor onderzoeksjournalistiek Investico. Hij is onderzoeksjournalist, auteur van journalistieke boeken en voormalig bestuurder en voorzitter van de Nederlands-Vlaamse Vereniging voor Onderzoeksjournalistiek VVOJ. Tot augustus 2016 werkte hij als onderzoeksverslaggever bij de Volkskrant.

Roesland

0.1 Voorwoord:
De ondermijning van Roesland
身心自由

Louise Fresco en Simon Vink

Niña Weijers

Niña Weijers schrijft voor de De Groene Amsterdammer en is redacteur bij De Gids. Ze debuteerde met haar roman De consequenties, die o.a. werd bekroond met de Anton Wachterprijs, de Gouden Boekenuil Publieksprijs en de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. In juni 2019 verscheen haar nieuwste roman, KAMERS ANTIKAMERS.

Penvriend(in) gezocht

Een oproep in de sectie 'vrijetijdsbesteding 10-17 jaar, interactief' van het netwerk-implantaat.

Jericho Base
2123

Tijdlijn

2119

De eerste burgerkolonisten zetten voet aan wal. Het zijn Zuidzee-eilandbewoners, wiens land door de stijging van de zeespiegel verdwenen is.

Bekentenis van een vechtende nazaat

Een dagboekfragment

door Kiza Magendane

2123

Vier jaar nadat de eerste kolonisten in de vorm van gerelocaliseerde Eilanders voet aan wal zetten op Antarctica komt nu ook de vrije of niet-gedwongen kolonisatie van Antarctica gestaag op gang.

Wilde Aardbeien

Aantekeningen bij een zeereis naar Antarctica

door Jan Postma

2137

2141

2143

2144

2150

2152

2156

2160

2172

Steeds meer klimatologische ontberingen wordt het hoofd geboden en artificiële intelligentie heeft een ongekende vlucht genomen.

Het Rio Grande-Verdrag

Een Wikipedia-pagina over de Antarctische oorsprong van non-humaan recht

door Aafke Romeijn

2173

De kolonisatie is flink opgeschoten. Er zijn grote steden, het 'daglichtprobleem' is opgelost en het gaat goed met de keizerspinguïn.

De oase Humboldt City

Gedurfder dan Boyan Slat. Een reportage over de technologische oplossingen voor de ontberingen van Antarctica.

door Louise Fresco en Simon Vink

2189

2198

2209

2219

2265

Welkom op Project Antarctica! Op deze site bent u in 2419 en vindt u het archief van de kolonisatie van Antarctica die in 2119 begon. De komende weken wordt het archief steeds verder ontsloten. Schrijf u hier in voor de nieuwsbrief om iedere ochtend een nieuw verhaal te ontvangen. Dwaal over de kaart, struin door de tijdlijn en duik in de verhalen van de bewoners van Antarctica.

Ze hoort hoe de kapitein zijn glas nog eens volschenkt. De tik op het metalen blad, het doffe gerinkel van de ijsblokjes en de plop van de kurk – ze hoort het allemaal. Ze hoort hoe zwaar hij ademt. Ze hoort al dagen alles wat zich in de naastgelegen kajuit afspeelt. Ze weet wat eraan schort in de machinekamer en ze weet waarover hij droomt. Ze weet dat het zijn vierde glas is sinds ze aan het bureautje is gaan zitten. Hoe lang zit ze hier inmiddels? Een half uur? Langer? Ze strijkt met haar wijsvinger langs de zijkant van het horloge dat voor haar op tafel ligt. Haar laatste stappen zijn achtenvijftig minuten geleden geregistreerd. De jongste hartmeting is van kort daarna.

Haar blik glijdt als vanzelf terug naar het opengeslagen notitieboek. De lege bladzijden zijn haar dierbaar geworden. Het maagdelijke wit raakte al bij de eerste aanblik een verlangen dat ergens diep in haar huist – veel dieper dan de weinige andere verlangens die ze nog koestert. Het is een gevoel dat ze niet onder woorden kan of durft te brengen. Een verlangen er niet te zijn? Een verlangen er nooit te zijn geweest? Zoiets. Niet precies dat, maar wel precies zoiets.

Een papieren notitieboek. Wat had haar bezield? Het geld was het probleem niet geweest. Ze kon het zich immers veroorloven. Het had iets beschamends, maar ze had geen beter cadeau kunnen verzinnen nadat ze de avondcursus ‘handmatig schrijven’ had afgerond. Ze was doorgegaan totdat ze het vierde en hoogste niveau had bereikt. Ze was doorgegaan totdat haar handschrift dat van haar moeder evenaarde. Zo trots was haar moeder geweest op dat zinloze talent. En zo helder was haar eigen herinnering aan de ochtenden waarop haar moeder voor het open raam voorovergebogen aan de kleine keukentafel zat: hoe het licht de kamer was binnengevallen, een dam die iedere morgen opnieuw brak, en hoe de katoenen gordijnen gewillig deinden op het gezucht van de wereld buiten.

Zeven dagen heeft het oponthoud geduurd, maar morgen zullen ze eindelijk land zien, beloofde de kapitein voor aanvang van het ontbijt.1Scheepsverkeer rond Antarctica was in de begindagen van de kolonisatie notoir vertraagd. Stukken afgebroken gletsjer konden plotseling havens en vaarroutes blokkeren. Bovendien zorgden onverwacht vrijkomende natuurlijke havens en baaien voor periodiek terugkerende havenwedlopen onder koloniserende landen en bedrijven. Hieraan kwam pas definitief een einde met het havenbeleid van 2205 en de “2220-doelen”. Wat ze bij het horen van die woorden had gevoeld was meer dan alleen haar eigen opluchting. Ze had gevoeld hoe een last van twee dozijn schouders viel. De bemanning is op elkaar uitgekeken. Er zijn ergernissen ontstaan die niet meer wegebben. Ooit hadden ze zo dicht bij de kust waarschijnlijk af en toe vogels gezien. Vogels!

God weet wat ik hier doe, mompelt ze tegen het notitieboek. Ze trekt met twee vingers een pen uit het leren etuitje.

Ze heeft ontdekt dat als ze maar lang genoeg naar de blinde muur staart, Francesca’s gezicht vanzelf opdoemt. Hoe lang geleden was het? Drie jaar? Vijf? Het deed er niet toe, maar wanneer waren haar herinneringen zo kneedbaar geworden? Francesca had haar met die vreemde, oceaangroene ogen indringend aangekeken. Ze had zonder haar blik af te wenden een fruitblokje van onzekere origine uit haar kom gevist en vlak voordat ze het in haar mond stak, met de toonloze nonchalance die haar eigen was, gevraagd: ‘Nieuw Antarctica, is dat niet iets voor jou?’ Ze had naar de kleine tatoeage van de roofvogel in Francesca’s nek gekeken en zich één kort moment in totale paniek afgevraagd of Antarctica de Noord- of de Zuidpool was.

En nu zit ze hier. De enige Engelse afgevaardigde op weg naar het internationale team dat de supply chain in de gehele archipel moet gaan stroomlijnen.2Het begeleiden van nieuwe bewoners van de Antarctische archipel was onderdeel van het mondiaal relocatiebeleid naar aanleiding van de vloedgolf van 2122.Bacon and beans’, had Francesca gezegd toen ze het hoorde, en ze was in lachen uitgebarsten.

Ze had hier inderdaad weinig te zoeken, dacht ze. Ze kon hooguit proberen een strategische positie te vinden, tussen de Chinese en de boreaal-Europese delegaties wellicht?

Tik. Het blijft stil. Wat volgt moet een langgerekte boer zijn. Daarna alsnog de ijsblokjes. Ze grinnikt bij de gedachte dat ze een ijsmachine hebben meegebracht naar de Zuidpool. Hij moet toch nog de brug op? Ze zouden vannacht gaan varen.

Het is licht buiten. Dat zal tot diep in de nacht zo blijven. Ze weet al dat ze daar nooit aan zal wennen. Het grijze hemelgewelf, leeg zo ver het oog reikt, valt samen met haar begeerte. Ze verlangt niet naar een thuis. Als ze ergens naar verlangt dan is het naar het tegenovergestelde van een thuis, denkt ze. Kun je verlangen naar daar waar je je bevindt?

'Try to praise the mutilated world, mompelt ze.'

Ze is nooit van plan geweest iets in het notitieboek te schrijven. Het was meteen al het onbeschreven karakter geweest dat haar aantrok. De mogelijkheid niets te schrijven. De mogelijkheid te weigeren. I would prefer not to.

Het laatste onbevlekte deel van de wereld moet er ook aan geloven. Het was een kwestie van tijd, natuurlijk. Men doet er alles aan deze trek naar het diepste zuiden als een hoopvolle, ja zelfs een hoopgevende onderneming te presenteren. Maar het is een reis naar het einde van de laatste nacht, de nacht die niet wordt afgelost. De droom dat de menselijke soort zijn geboorteplaneet voorgoed achter zich zou kunnen laten, is al zolang men zich kan heugen dood. De weg die nog openligt lijkt er een van volhouden. Doorbijten. Maar het is geen weg. Het is een loopplank – op open zee.

Er is een moment geweest waarop leven heeft plaatsgemaakt voor overleven, denkt ze. Een moment waarop het laatste onderscheid tussen mens en dier is weggevallen, al weet niemand precies waar of wanneer het gebeurde. Het al eeuwen geleden doorgedrongen besef van de wreedheid van de natuur had zich eindelijk uitgestrekt tot de eigen menselijke conditie.

Veertig jaar geleden is het volgend jaar, die eerste van de drie grote suïcidegolven. Ze kwamen niet uit het niets: de Voluntary Human Extinction Movement was in een klein decennium exponentieel gegroeid en vervolgens geradicaliseerd. Plotseling had het natuurlijke verloop de honger niet meer kunnen stillen. De gedachte dat het nu moest gebeuren, nu voor het te laat was, had postgevat – een niet meer te stuiten, wereldomspannende doodsdrift.

Anders dan haar vader had zij het haar moeder nooit hoeven vergeven. Zij had het begrepen, vanaf het eerste moment: die wens niet langer verantwoordelijk te zijn voor wat zich niet laat verdedigen.
Ze hoort een gedempt gesnurk. De kapitein? Even twijfelt ze.

Try to praise the mutilated world, mompelt ze. Haar hand rust op het notitieboek: de pen zweeft boven de kleine ijsvlakte. Ze had het dubbelgevouwen papiertje in de portemonnee gevonden en het gedicht nog diezelfde dag uit haar hoofd geleerd. Eenentwintig regels waarvan ze direct begreep dat ze haar moeder lang tegen zichzelf hadden beschermd. Veertig jaar geleden. Bijna een halve eeuw, denkt ze.

Remember June’s long days, and wild strawberries, drops of rosé wine.

Aan lange dagen geen gebrek, maar aardbeien… wat had ze die graag ooit één keer geproefd.

Ze legt de pen neer. Ze weet het al haar hele leven: ze wil niets achterlaten. Ze wil een niets achterlaten. Ze wil ruimte maken. Een leegte doen ontstaan. Ze voelt hoe de vloer trilt en hoort hoe het geronk aanzwelt. Ze hoort hoe er op de deur van de kapitein wordt gebonsd. Ze hoort hoe het vergeefs zal blijken.

1

Scheepsverkeer rond Antarctica was in de begindagen van de kolonisatie notoir vertraagd. Stukken afgebroken gletsjer konden plotseling havens en vaarroutes blokkeren. Bovendien zorgden onverwacht vrijkomende natuurlijke havens en baaien voor periodiek terugkerende havenwedlopen onder koloniserende landen en bedrijven. Hieraan kwam pas definitief een einde met het havenbeleid van 2205 en de “2220-doelen”.

2

Het begeleiden van nieuwe bewoners van de Antarctische archipel was onderdeel van het mondiaal relocatiebeleid naar aanleiding van de vloedgolf van 2122.