Nora van Arkel

Nora van Arkel (1992) schrijft fictie, essays, toneel en theatertekstkritieken. Daarnaast is ze redacteur bij Hard//hoofd en spendeert ze haar dagen met onderzoeken hoe verschillende tekstvormen elkaar kunnen informeren.

Notulen naar herinnering

Verslag van bewonersbijeenkomst.

Escapism Now

Een subsidieverantwoordingsverslag

Hanna Bervoets

Hanna Bervoets (1984) is schrijver, essayist en scenarist. Ze schreef zeven romans. In 2017 won ze de BNG Bank Literatuurprijs voor Ivanov, en de Frans Kellendonk-prijs voor haar gehele oeuvre. Welkom in het Rijk der zieken is haar meest recente roman.

Denkt u dat Samoa’s niet kunnen skiën?

Antwoord op een afwijzingsbrief

Sanne Bloemink

Sanne Bloemink is journalist en schrijver. Voor onder meer De Groene Amsterdammer schrijft ze over uiteenlopende onderwerpen, van onderwijs tot geluk tot het Antropoceen.

‘Jouw geschiedenis, jouw DNA!’

Script voor zintuiglijke welkomstervaring bij toegang encyclopedie Antarctica, onderdeel van pilot voor medewerkers van DNA SS (DNA Storage Solutions)

Fiep van Bodegom

Fiep van Bodegom is redacteur van De Gids. Ze schrijft regelmatig voor De Groene Amsterdammer en NRC, doorgaans over literatuur. Daarnaast publiceerde ze essays, proza en vertalingen.

Zeewierdagen

Dagboekfragmenten van een jonge vrouw op Antarctica.

De verborgen historie van Cleo Sanntag

Inleiding bij de biografie van Cleo Sanntag, twintig jaar na de eerste editie.

Else Boer

Hard//hoofd Else Boer (1991) schrijft korte verhalen en artikelen. Het liefst brengt ze haar dagen lezend en schrijvend door, maar om niet helemaal te vervreemden van de maatschappij is ze docent Nederlands op een middelbare school. Daar probeert ze haar leerlingen vooral het zeggen van ‘hij wilt’ af te leren. In de tussenuren werkt ze aan haar debuutroman.

Dodenvloten en boilersuits

Interview met Antarctica’s retroband The Useless Youth voor The Antarctic.

Gershwin Bonevacia

Gershwin Bonevacia (1992) is schrijver en sinds maart 2019 stadsdichter van Amsterdam.

Er is een gat, een groot gat

Brief van een geoloog in een penibele situatie.

Mathijs Boom

Mathijs Boom (1987) is historicus en werkt aan de Universiteit van Amsterdam aan een proefschrift over de opkomst van denken op geologische tijdsschalen in de Lage Landen in de periode 1750-1830.

De Byrdland GCS Company

Bijlage C

Heidi Dorudi

Heidi Dorudi is filosoof, intersectioneel feminist, schrijver en projectmanager. Publiceert op dorudi.nl. Heidi schrijft aan haar eerste boek Metafysica en Kritiek bij Hannah Arendt: Over de mogelijkheid van vrijheid en verantwoordelijkheid in het politieke handelen.

Het ware beeld van de geschiedenis van Antarctica (1)

Deel 1 van een tweedelig seminar

Het ware beeld van de geschiedenis van Antarctica (2)

Deel 2 van een tweedelig seminar

Daphné Dupont-Nivet

Daphné Dupont-Nivet is journalist. Ze schreef onder andere voor De Groene Amsterdammer, Trouw, en De Correspondent.

Groen. Maar niet te fel trouwens

Vragenlijst welkomstpakket Bright-Ice Kamp

Lisa Dupuy

Lisa Dupuy is freelance journalist voor onder meer de NRC. Ze maakte de multimediale productie congosgold.com over de Congelese goudhandel en heeft onderzoek gedaan naar de rol van Nederland in de internationale wapenhandel.

De Afsmeltmissie

Overwegingen bij een verzekeringsclaim.

Rob van Essen

Rob van Essen (1963) is schrijver, vertaler en recensent Angelsaksische literatuur voor NRC Handelsblad. Met zijn meest recente roman De Goede Zoon won hij de Libris Literatuur Prijs.

Drink wat met de Maanman

Een kroeggesprek op de Zuidpool.

Derk Fangman

Derk Fangman (1986) schrijft korte verhalen. Hij publiceerde onder andere op Hard//Hoofd en shortreads_.

De Kinderkolonie

Twee zaalbeschrijvingen in het museum van de Kinderkolonie.

Rodaan Al Galidi

Rodaan Al Galidi (1971) is dichter en prozaschrijver, hij studeerde in Irak af als bouwkundig ingenieur en kwam in 1998 in Nederland, waar hij asiel aanvroeg. Het asiel werd geweigerd en hij is uitgeprocedeerd. Al Galidi leerde zichzelf Nederlands en begon met schrijven. In 2007 kreeg hij een voorlopige verblijfsvergunning in Nederland. Hij ontving onder meer El Hizjra-literatuurprijs en de J.C. Bloemprijs. Zijn meest recente boek is de dichtbundel Neem de Titel Serieus.

De Laatste Pinguïn

Voordracht ter ere van de opening van het eerste Puck-warenhuis in Upper McMurdo.

Dominique De Groen

Dominique De Groen (1991) is dichter. Haar debuutbundel Shop Girl verscheen in 2017 bij het balanseer en werd genomineerd voor de Poëziedebuutprijs Aan Zee en de LZWL-trofee van de VRT. In 2019 publiceerde ze Sticky Drama die bekroond werd met de Frans Vogel Poëzieprijs.

Usnea Antarctica

Dagboekfragment van een jonge Londenaar.

Marjolijn van Heemstra

Marjolijn van Heemstra studeerde af in de Godsdienstwetenschappen. Ze is schrijver, en documentaire-en theatermaker. En een genuanceerde activist.

Abrahamisten van Antarctica

Opening van de wereldvergadering van Abrahamisten

Thomas Hogeling

Thomas Hogeling (1986) is schrijver, journalist en videomaker. Onder meer voor de Volkskrant, De Speld en de VPRO.

Bekijk het verleden van Antarctica niet door een bril van het heden

Opinie

Auke Hulst

Auke Hulst (1975) is romanschrijver, journalist en muzikant. Hij schreef negen boeken. Hij won met zowel Slaap zacht, Johnny Idaho als En ik herinner me Titus Broederland de Harland Awards Romanprijs voor beste sciencefictionroman, en met Motel Songs de Bob den Uylprijs voor beste reisboek. Zijn meest recente werk is Zoeklicht op het gazon.

“LichtLand”™

Een geannoteerd shooting script van een netwerk-implantaatpromo voor “LichtLand”™

Het IJsgetij

Een bar, een ontmoeting en een complot.

Maarten Kleinhans

Maarten Kleinhans (1972) is formeel gezien hoogleraar fysische geografie maar veel liever wordt hij de professor van water en zand genoemd. Hij doet onderzoek naar rivieren en delta's op Aarde en Mars.

De veilige haven heeft al een zeemansgraf

Achtergrondartikel over de plannen voor wereldhaven Ny Elvsund

Sicco de Knecht

Sicco de Knecht (1987) is hoofdredacteur van ScienceGuide en deed een promotie in de neurowetenschappen (Universiteit van Amsterdam). Naast hoger onderwijs en wetenschap is hij geïnteresseerd in maatschappelijke thema's, en podcasts natuurlijk.

Interview met de Laatste Eco-Engineer

Een stekelig gesprek met Clarice Winterberg

Emy Koopman

Emy Koopman is schrijver, onderzoeksjournalist en gepromoveerd literatuurwetenschapper. Haar eerste roman, Orewoet, verscheen in 2016 bij Prometheus en werd genomineerd voor de Fintro Literatuurprijs en de Bronzen Uil. Ze werkt aan een tweede roman.

De Adam en Eva van Antarctica

Interview in Antarctica nu - jubileumeditie.

Selin Kuşçu

Selin Kuşçu (1991) studeerde Beeld & Taal aan de Gerrit Rietveld Academie en Fiction Writing aan Pratt Institute. Ze ontving de Nieuwe Types Prijs voor beste afstudeerwerk van de Nederlandse en Vlaamse schrijfopleidingen. Ze schrijft verhalen en literaire non-fictie.

Bevindingen na huiszoeking O. Kenchic

PROCES-VERBAAL van bevindingen

Kiza Magendane

Kiza Magendane is schrijver, voor onder meer NRC en De Groene Amsterdammer, en beleidsondernemer die zich bezig houdt met burgerschap, identiteit, globalisering en Afrika in de wereld.

Bekentenis van een vechtende nazaat

Een dagboekfragment

Onzichtbare muren hebben een ingang

Hoofdstuk uit Zuid-Antarctica, een geschiedenis.

David Mitchell

David Mitchell (1969) is een Britse romanschrijver. Tot zijn bekendste werken behoren Cloud Atlas uit 2004 en The Thousand Autumns of Jacob de Zoet uit 2010. Mitchell stond meerdere malen op de shortlist van de Man Booker Prize en won in 2011 de Commonwealth Writers Prize.

Storingsrapport

Oorspronkelijke document uit het Antarctisch archief was geschreven in het Engels en getiteld 'An Irregularity Report'. For English, see below.

Jelmer Mommers

Jelmer Mommers (1987) is journalist. Hij schrijft voor De Correspondent over klimaatverandering. In 2019 verscheen van hem Hoe gaan we dit uitleggen – Onze toekomst op een steeds warmere aarde. In dat boek komt de kolonisatie van Antarctica niet voor.

Grip of het gebrek daaraan

Aantekeningen van romancier Éric Vaye, schrijver van dé familiegeschiedenis van Antarctica, bezorgd door zijn redacteur

Thomas Muntz

Thomas Muntz is onderzoeksjournalist voor Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico, daar doceert hij ook in de masterclass onderzoeksjournalistiek. Hij is tevens docent politieke filosofie en liberal arts aan de Universiteiten van Amsterdam en Tilburg. Thomas is initiatiefnemer van Project Antarctica.

De tijd van voor onze tijd

Over religie & wetenschap in de vroege geschiedenis van Antarctica

De Indringers

Een wijsgerige beschouwing van het Nieuw Biskaje-incident.

Rik Peters

Rik Peters (1989) studeerde filosofie en klassieke talen in Amsterdam (UvA en VU) en in Venetië (Ca’Foscari). Sinds september 2016 doet hij aan de University of Chicago promotieonderzoek naar het snijvlak tussen wetenschap, literatuur en filosofie in Hellenistisch Griekenland.

Operatie McMurder

Memorandum over spookuitdrijvingen in de suburbs van Antarctica

Linda van der Pol

Linda van der Pol is cultuurhistoricus en neerlandicus. Redactielid van Platform Investico. Eerder werkte ze voor De Groene Amsterdammer en voor Nederlandse hogeronderwijsbladen.

De Shetland-prinses

Een expeditierapport [uittreksel].

Jan Postma

Jan Postma (1985) werkt als journalist en fotograaf. Sinds 2010 schrijft hij voor De Groene Amsterdammer over onder meer literatuur, fotografie en beeldende kunst. In het voorjaar van 2017 verscheen zijn essaybundel Vroege werken.

Wilde Aardbeien

Aantekeningen bij een zeereis naar Antarctica

Aafke Romeijn

Aafke Romeijn (1986) zingt, schrijft, twittert en blogt over politiek, feminisme, haar kat Henk en pulp-tv. In april 2018 kwam haar debuutroman Concept M uit bij De Arbeiderspers, in mei 2019 verscheen haar nieuwe album M, de soundtrack bij het boek.

Het Rio Grande-Verdrag

Een Wikipedia-pagina over de Antarctische oorsprong van non-humaan recht

Kasper van Royen

Kasper van Royen (1983) studeerde Wijsbegeerte in Amsterdam en schrijft korte verhalen, columns en zo nu en dan een gedicht. Zijn meest recente roman is En toen kwam Annika.

Pinguïnperikelen

Overpeinzingen uit een pinguïnpretpark.

Aya Sabi

Erik van Sebille

Erik van Sebille is oceanograaf en klimaatwetenschapper aan de Universiteit van Utrecht. Zijn onderzoek richt zich op de vraag hoe oceaanstromen hitte, voedingsstoffen, zeeleven en plastic deeltjes verplaatsen.

Onderzoeksvoorstel Plastic voor de Toekomst

Subsidieaanvraag bij het Katholiek College te Nieuw Tonga

Willy van Strien

Willy van Strien is freelance wetenschapsjournalist en schrijft onder meer over natuur en biologisch en medisch onderzoek

De stank is niet te harden

Bericht van bioloog Janna de Wit aan entomoloog Frederika Smit in Tromsø, Noorwegen

Babah Tarawally

Babah Tarawally, Sierra-Leoons-Nederlandse schrijver en gespreksleider die zich inzet voor onafhankelijke media in ontwikkelingslanden. Als columnist bij dagblad Trouw schrijft hij over (verborgen) discriminatie en racisme. Gevangen in zwart wit denken is zijn meest recente boek.

Lunchen in Mofou

Een reportage uit de hoofdstad.

Jaap Tielbeke

Jaap Tielbeke (1989) werkt sinds 2015 op de redactie van De Groene Amsterdammer. Hij schrijft vooral over klimaatverandering, sociale bewegingen en democratische vernieuwing. Ook publiceerde hij, onder meer, over de ideologie van filantrokapitalisten en de verwording van WikiLeaks.

De Goede Verliezer

Overpeinzingen na een mislukte campagne

Jeroen Trommelen

Jeroen Trommelen (1956) is hoofdredacteur van platform voor onderzoeksjournalistiek Investico. Hij is onderzoeksjournalist, auteur van journalistieke boeken en voormalig bestuurder en voorzitter van de Nederlands-Vlaamse Vereniging voor Onderzoeksjournalistiek VVOJ. Tot augustus 2016 werkte hij als onderzoeksverslaggever bij de Volkskrant.

Roesland

0.1 Voorwoord:
De ondermijning van Roesland
身心自由

Gemma Venhuizen

Gemma Venhuizen (1985) is wetenschapsjournalist en werkt als biologieredacteur bij NRC Handelsblad. Ze is gek op reizen, vooral naar koude gebieden.

‘Voor onze dierentuin maakt het niet uit als de keizerspinguïn uitsterft’

Interview met Penguin World-directeur Athalas Fitzgerald

Wytske Versteeg

Wytske Versteeg (1983) is schrijver en politicoloog, momenteel is ze verbonden aan de Urban Futures Studio, Universiteit Utrecht. Ze publiceerde de romans Quarantaine, Boy, De Wezenlozen en het non-fictieboek Dit is geen dakloze.

Het donker en de mens

Misdaad, kennis en burgerschap op het vroege Antarctica

Louise Fresco en Simon Vink

Samuel Vriezen

Samuel Vriezen (1973) is een Nederlandse componist, dichter, essayist, redacteur en vertaler. In 2016 verscheen zijn lange essay Netwerk in Eclips in boekvorm bij de Wereldbibliotheek.

Uitwissing

Het belangrijkste society-verhaal van de 24ste eeuw, dat nooit verteld is.

Niña Weijers

Niña Weijers schrijft voor de De Groene Amsterdammer en is redacteur bij De Gids. Ze debuteerde met haar roman De consequenties, die o.a. werd bekroond met de Anton Wachterprijs, de Gouden Boekenuil Publieksprijs en de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. In juni 2019 verscheen haar nieuwste roman, KAMERS ANTIKAMERS.

Penvriend(in) gezocht

Een oproep in de sectie 'vrijetijdsbesteding 10-17 jaar, interactief' van het netwerk-implantaat.

Ferry Wieringa

Ferry Wieringa schrijft verhalen over ogenschijnlijk onbeduidende levens en plekken. Figuranten spelen in zijn wereld de hoofdrol, alledaagse locaties vormen het decor. Zijn verhalen verschijnen in kranten, tijdschriften en online bij onder meer bij www.hardhoofd.com.

Buiten de muren van Jericho Base

"Ik zag hem op een landje, een onooglijk stuk grond..."

Olivier Willemsen

Olivier Willemsen is schrijver. Zijn roman Roza stond op de shortlist Beste Boek voor Jongeren 2019. Eind dit jaar verschijnt zijn nieuwe roman.

Herinneringen van een dodenakkerbezoekster

Humboldt City
2223

Tijdlijn

2119

De eerste burgerkolonisten zetten voet aan wal. Het zijn Zuidzee-eilandbewoners, wiens land door de stijging van de zeespiegel verdwenen is.

Bekentenis van een vechtende nazaat

Een dagboekfragment

door Kiza Magendane

De Byrdland GCS Company

Bijlage C

door Mathijs Boom

2123

Vier jaar nadat de eerste kolonisten in de vorm van gerelocaliseerde Eilanders voet aan wal zetten op Antarctica komt nu ook de vrije of niet-gedwongen kolonisatie van Antarctica gestaag op gang.

Wilde Aardbeien

Aantekeningen bij een zeereis naar Antarctica

door Jan Postma

2127

2134

2137

2141

2143

2144

2147

2150

2152

2156

2160

2170

2172

2173

De kolonisatie is flink opgeschoten. Er zijn grote steden, het 'daglichtprobleem' is opgelost en het gaat goed met de keizerspinguïn.

De oase Humboldt City

Gedurfder dan Boyan Slat. Een reportage over de technologische oplossingen voor de ontberingen van Antarctica.

door Louise Fresco en Simon Vink

2174

2189

2190

2198

2199

2201

2209

2216

2218

2219

2223

2233

2250

2255

2265

2266

2400

2401

2410

Welkom op Project Antarctica! Op deze site bent u in 2419 en vindt u het archief van de kolonisatie van Antarctica die in 2119 begon. De komende weken wordt het archief steeds verder ontsloten. Schrijf u hier in voor de nieuwsbrief om iedere ochtend een nieuw verhaal te ontvangen. Dwaal over de kaart, struin door de tijdlijn en duik in de verhalen van de bewoners van Antarctica.

Een flauwe grap of een radarecho? Een op hol geslagen Turing-AI? Een maas in de wetten van de fysica? Ik weet het niet. Misschien dat er, als ik gewoon vertel wat er gebeurd is, een antwoord boven komt drijven.

Tien dagen geleden, op 11 juni 2223, ontstond er boven Groot-Antarctica een reusachtige elektromagnetische wervelstorm. Niets wijst erop dat die binnenkort zal luwen. Volgens het Code Rood-protocol is de stroomvoorziening overgeschakeld op het in stand houden van de meest essentiële systemen. Met inbegrip van ComHub, waar de ingenieurs Hu, Hathaway en ikzelf, hoofdingenieur Miyuki de Zoet, zich bij toerbeurt hebben ingespannen om het communicatienetwerk in heel Antarctica in bedrijf te houden. Ondanks de zware omstandigheden heeft mijn team een operationele integriteit weten te handhaven van gemiddeld 66 procent in Humboldt City en 43 procent in de andere nederzettingen...

Dat wil zeggen tot een half uur geleden. Om 00.28 uur haalde ik data binnen via de back-upcommunicatiesystemen van New Inuvik. Om 00.29 vond er in ComHub HQ een krachtige blikseminslag plaats. Ons gebouw is zo ontworpen dat het bestand is tegen inslagen tot aan een miljard volt, maar deze bliksemschicht heeft die grens blijkbaar overschreden. Alle netwerken – nano-wave, EMW en zelfs onze ouderwetse radiosystemen – crashten. De republiek Antarctica zat zonder centraal zenuwstelsel.

"De republiek Antarctica zat zonder centraal zenuwstelsel."

Hier, op de derde verdieping, was mijn werkcocon ineens gehuld in volkomen duisternis. Ik deed mijn solarlamp aan.1Een solar lamp is een populaire drieëntwintigste eeuws gadget, de lamp werd geroemd als the closest thing to parabolisch daglicht. Ingenieurs van Octagon ontwikkelde de solar lamp door verder te bouwen op technologie van de lichttherpatiebril, een primitieve maatregel tegen suïcide onder Antarctische inwoners. Door het raam zag ik dat het in ons hele blok donker was. Verderop in Humboldt deed het licht het ondanks de storm nog altijd, dus ik wist dat de GridSys AI’s de schade beperkt hadden gehouden. Net toen ik van plan was om Hu en Hathaway wakker te maken om te kijken of we het systeem misschien helemaal opnieuw moesten opstarten, verscheen er vreemd genoeg ineens sneeuw op het scherm van mijn vidvu. Een paar tellen later verdween de sneeuw en verscheen er een jonge blanke man in beeld. Hij had lang haar en een lange baard, en zijn wijze van kleden stamde beslist van voor de Verduistering. Ook stond de ruimte waarin hij zich bevond vol boeken, hing er een klok aan de muur en lagen er her en der spullen uit een voorbije tijd. Het zonlicht dat door zijn open raam naar binnen viel sprak van een veel lagere breedtegraad en een veel warmer klimaat dan dat van Humboldt of Upper McMurdo. Ik hoorde harpmuziek in zijn kamer. De man zag er verward uit. Hij zei: ‘Jij bent Jade niet.’ Hij sprak Engels met een eigenaardig ouderwets accent.

Dat klopte: ik was Jade niet. Ik gaf hem mijn naam en functie en vroeg naar de zijne. Hij rolde met zijn ogen. ‘Ik ben Bram. Dat verrekte Apple. Sinds ik het besturingssysteem heb geüpdatet is FaceTime volkomen de kluts kwijt.’

De transcriptor en ik hadden moeite met zijn woordgebruik. Appels? FaceTime? Een kluts? Ik vroeg waarom hij op HubCom kwam nu Code Rood van kracht was.

Bram kneep zijn ogen niet begrijpend tot spleetjes. ‘“Code Rood”? Hoezo?’
‘Vanwege een magnetische storm van zo’n duizend mijl doorsnee’, antwoordde ik.
Hij leunde achterover en keek door het raam naar buiten, naar de blauwe lucht. ‘Waar zit jij dan te FaceTimen?’
Ik zei dat ik in Humboldt City op Antarctica zat.
Bram kneep zijn ogen achterdochtig samen en begon toen te lachen. ‘Hier zit Niels achter, hè? Hij wil me terugpakken vanwege dat geintje met die dildo.’

Hij was overgegaan op een taal die ik niet kende. De transcriptor stelde vast dat het om Nederlands ging, een Europese taal van voor de Smelttijd, toevalligerwijs ook de moedertaal van mijn twintigste-eeuwse voorvaderen. Ik verzekerde Bram dat ik geen ‘Niels’ kende en vroeg waarom hij op een dode taal was overgegaan.
Mijn vraag leek hem te irriteren. ‘“Dode taal”? Jij bent óf een Engelsman óf een Amerikaan. Alleen dat soort gasten kunnen met zo’n stomme vraag aankomen.’

Ik zei dat ik op Antarctica was geboren en getogen.
‘Heel bijzonder’, zei Bram. ‘Ik kom zelf trouwens van Mars.’
Ik wees op het feit dat de hemel buiten het raam blauw was, en niet stoffig rood, en vroeg waarom hij loog.
Hij keek me geërgerd aan. ‘Nog nooit van sarcasme gehoord?’

Mijn aanvankelijke verwarring over Brams voorkomen maakte nu plaats voor bezorgdheid. Hij had toegang tot een nanowave vidvu, wat erop wees dat hij vanaf een Ark sprak, alleen was er niets aan Bram wat me het idee gaf dat hij een officiële status had. Als hij een hacker was, moest de leiding van zijn Ark dat weten. Erger nog, als de leiding van een Ark werd overspoeld door allerlei Brammen, moest onze overheid dat weten. Ik vroeg Bram vanaf welke Ark hij vidvude: Chiloé? Hobart? Rakiura?

"FaceTime jij me echt vanaf Antarctica?"

‘Ik weet van geen “Ark”, ik zit in Amsterdam. FaceTime jij me echt vanaf Antarctica?’
Het duizelde me. Amsterdam? Zoals elke student antediluviaanse geschiedenis weet was Amsterdam een Nederlandse stad, die tijdens de Grote Overstromingen van de jaren veertig van de eenentwintigste eeuw ten onder was gegaan. Ik heb virtuele rondleidingen door de stad gevolgd. Zou Brams Amsterdam een wijk in een Ark kunnen zijn?

‘Hoor je me nog?’ vroeg Bram. ‘Je bent stilgevallen.’
‘Ja’, zei ik, ‘ik zit echt op Antarctica.’ Ik liep met de vidvu naar het raam. ‘Dit is Humboldt City. Hier woon ik.’ Ik liet hem het uitzicht zien: de lichtgevende huizenblokken, de labradorietkleurige hemel die door bliksemschichten werd doorkliefd zonder dat het regende, een magneetzweefambulance die over het plein beneden scheerde.
‘Leuk geprobeerd, maar op Antarctica zijn geen steden’, zei Bram. ‘Waar zit je echt? In Irkoetsk? In Anchorage? In Sapporo?’

Nu begreep ik er helemaal niets meer van. Welke Arkbewoner zou niet weten dat Humboldt en McMurdo twee van de grootste stedelijke agglomeraties ter wereld zijn? Ik vroeg Bram of hij mij het uitzicht uit zijn raam kon laten zien.

‘O-ké’, zei hij, als een personage in een historische narraflick, en hij liep met zijn vidvu naar het raam. Ik wist niet wat ik zag. Ik zag straten waar mensen in T-shirt rondliepen. Ouderwetse winkels, zoals je die in stokoude films ziet. Mensen op ouderwetse fietsen. Mensen die hun hond uitlieten. Langs ratelende trams. Auto’s met een verbrandingsmotor. Boten die door een bocht in een gracht voeren. Hoge, smalle huizen met spitse gevels. Bruggen. Een carillon dat begon te luiden en vogels deed opvliegen. Bomen langs de gracht. Bomen met bladeren die bewogen in een briesje.

Mijn verstand zei me dat dit een simulatie moest zijn, maar mijn ogen hielden vol dat dit een echte stad was uit de oude wereld van voor de Vloed, en geen gepixeleerde animatie. Daarvoor was alles te gedetailleerd, tot en met de zachtpaarse glans op de borst van de duiven. Ook zag ik geen Ark-nederzetting die met Antarctische hulp was gebouwd. Daarvoor waren de oude gebouwen te oud. En ook was het geen half gerestaureerde puinhoop uit de Woestenij. Dit was een levende, functionerende stad die even echt was als Humboldt. Maar zulke steden bestonden niet. Hij moest dus wel nep zijn.

‘Het is prachtig’, zei ik voorzichtig.
‘Nou, probeer hier maar eens wat te huren. Hopeloos. De vloek van Airbnb.’

Terwijl de transcriptie worstelde met Brams taal, rezen er vraagtekens, of liever gezegd, twijfels in mij op. Het was een absurd idee, maar de snelste manier om die kwijt te raken was Bram te vragen welke datum het vandaag was.

‘Eenentwintig juni. Hoezo? Wat is het dan daar bij...’
‘Nee, Bram. Het gaat me om het jaar. Welk jáár is het?’
‘Het jaar?’
‘Ja, het jaar. Welk jaar is het?’
‘Twintig-twintig, maar wat heeft dat te maken met...’

Mijn vidvu sprong weer terug naar sneeuw. Amsterdam, of de stad nu echt was of nep, was verdwenen. Bram, wie hij ook geweest was, was verdwenen. Een paar tellen later had mijn werkcocon weer stroom. Net als ComHub en de rest van het blok. Het onverwachte licht verblindde me. Mijn vidvu vertoonde data over de back-upcommunicatiesystemen in New Inuvik. Trillend controleerde ik het transcript... en vond Brams laatste, afgebroken zin. De file liet er geen misverstand over bestaan: hij had als jaar ‘2020’ genoemd. Iets meer dan twee eeuwen geleden.

Hoe moet ik deze onregelmatigheid verklaren?

Om eerlijk te zijn, ik weet het niet. Dat neemt niet weg dat ik de schoonheid van de wereld waar ik even een glimp van heb gezien niet kan vergeten. De bomen. Het licht. Het trage, ontspannen leven. Hoe kon het dat onze voorvaderen van vóór de Smelttijd medeschuldig waren aan het verdwijnen van zo’n wonderschone wereld? Hoe hebben ze zo stom kunnen zijn?

Hiermee rond ik mijn rapport af.
.
.
.
.
Oorspronkelijke tekst, in het Engels: An Irregularity Report

A hoax or a blip? A Turing AI run amok? A loophole in the laws of physics? I do not know. Perhaps, by recounting the facts, an answer might emerge.

Ten days ago, on June 11th 2223, a magnetic gigastorm swirled into being over Greater Antarctica. It shows no sign of abating. As per Code Red protocol, electrical power has been rerouted to prioritise essential systems. These include ComHub, where Engineers Hu and Hathaway and myself – Chief Engineer Miyuki de Zoet – have worked in shifts to keep the communications grid across Antarctica up and running. Despite the testing conditions, my team has maintained an operating integrity at an average of 66% across Humboldt City, and 43% across the Settlements…

Until half an hour ago, that is. At 00:28, I accessed data on the comm systems bypasses at New Inuvik. At 00:29, ComHub HQ was hit by a major lightning strike. Our building has been designed to withstand strikes of up to a billion volts, but this bolt must have exceeded the limit. All networks – nano-wave, EMW, and even our old-fashioned radio systems – crashed. The Antarctic Republic was left without its nervous system.

"The Antarctic Republic was left without its nervous system."

Here on the third floor, my work cocoon was plunged into ambient darkness. I turned on my solar lamp.1Een solar lamp is een populaire drieëntwintigste eeuws gadget, de lamp werd geroemd als the closest thing to parabolisch daglicht. Ingenieurs van Octagon ontwikkelde de solar lamp door verder te bouwen op technologie van de lichttherpatiebril, een primitieve maatregel tegen suïcide onder Antarctische inwoners. Through the window I saw our whole block was dark. Further afield, the lights of Humboldt were still shining though the tempest, so I knew the GridSys AIs had isolated the damage. I was about to go and wake Hu and Hathaway to discuss a systems reboot when, mysteriously, my vidvu lit up with heavy static. After a few seconds, the static cleared – to reveal a young Caucasian male. His hair and beard were long and his dress-sense was decidedly pre-Endarkenment. His room, too, was furnished with books, a wall-clock and various paraphernalia from a bygone era. Sunlight at his open window spoke of a latitude far lower and a climate warmer than Humboldt or Upper McMurdo. I heard harp music playing in his room. The man looked confused.
He said, ‘You’re not Jade.’ He spoke in quaintly-accented English.

I agree, I wasn’t Jade: I gave my name and rank, and asked for his. He rolled his eyes.
‘I’m Bram. Bloody Apple. Ever since I updated the operating system, FaceTime’s gone haywire.’

The transcripter and I struggled with his lexicon. Apples? FaceTime? Haywire? I asked why he was comming HubCom during a Code Red.

Bram squinted in confusion. ‘“Code Red”? Caused by what?’
A magnetic storm over a thousand miles across, I replied.
He leaned back and peered though his window, up at the blue sky. ‘Where are you FaceTiming me from?’
I told him I was in Humboldt City, Antarctica.
Bram narrowed his eyes, then smiled. ‘Niels put you up to this, right? This is payback for the dildo prank.’

He had switched to a language I didn’t know: the transcriber identified it as the pre-Melt European language Dutch – coincidentally, the mother tongue of my twentieth-century ancestors. I assured Bram that I didn’t know a “Niels”; and asked why he had switched to speaking a dead language.
My question displeased him. ‘“Dead”? You’re either British or American. Who else would ask such a dumb question?’

I replied that I was Antarctican, born and bred.
‘How exotic,’ said Bram. ‘I’m Martian, I am.’
I pointed out that the sky at the window was blue, not dusty red, and asked why he was lying.
He frowned. ‘You’ve never heard of sarcasm?’

My initial confusions at Bram’s appearance was now giving way to concern. He had access to a nano-wave vidvu, which suggested he was speaking from an Ark – yet nothing about Bram struck me as officially sanctioned. If he was a hacker, his Ark authority needed to know. Worse, if an Ark authority was being overrun by Brams, our government needed to know. I asked Bram which Ark he was vidvuing from: Chiloé? Hobart? Rakiura?

"Are you really FaceTiming me from Antarctica?"

‘I don’t know about an “Ark”, but I’m in Amsterdam. Are you really FaceTiming me from Antarctica?’

My mind spun. Amsterdam? As any student of Antediluvian history knows, Amsterdam was a city in the Netherlands, lost to the Great Submersions of the 2040s. I have taken virtual tours of the city. Could Bram’s “Amsterdam” be a neighbourhood in an Ark?

‘Can you hear me?’ asked Bram. ‘You’ve gone quiet.’
‘Seriously,’ I said. ‘I’m in Antarctica.’ I took the vidvu to the window. ‘Humboldt City. My home.’ I showed him the panorama: the glowing blocks; the labradorite sky crazed by dry lightning; an ambulance maglevving across the piazza below.
‘Nice try, but Antartica has no cities,’ said Bram. ‘Where are you really? Irkutsk? Anchorage? Sapporo?’

Now my mind sprinted: what Ark-dweller would not know that Humboldt and Upper McMurdo are two of the biggest conurbations in the world? I asked Bram to show me the view from his window.

‘O–kay,’ he said, like a character in a historical narraflick, and carried his vidvu to his window. I gasped. I saw streets of people walking about in T-shirts. Old-style shops, like you see in antique films. People on old-style bicycles. People walking dogs. Streetcars, rumbling by. Combustion-driven cars. Boats on a curved canal. Tall, narrow houses with steep gables. Bridges. A bell-tower struck, scattering birds. Trees along the canal. Trees, with leaves that shimmered in a breeze.

My brain knew the view had to be a simulacrum, but my eyes insisted that this was a genuine, old world, pre-Flood city, and no pixellated animation. It was too detailed, down to the mauve gloss on the pigeons’ throats. Nor was I viewing an Ark settlement, built with Antarc assistance. The old buildings were too old. Nor was this a semi-restored Badland ruin. This was a living, working city as real as Humboldt. Yet no such city existed. So it had to be fake.

‘It’s beautiful,’ I told him, cautiously.
‘Just try renting here. Total nightmare. The curse of Airbnb.’

As the transcript struggled with Bram’s language, a query, or a doubt, formed in my head. It was an absurd notion, but the quickest way to dispose of it was to ask Bram today’s date.

‘June twenty-first. Why? What is it where you–’
‘No, Bram. The year. What’s the year?’
‘The year?’
‘The year. What’s the year?’
‘Twenty-twenty. What’s that got to do with–’

My vidvu reverted to heavy static. Amsterdam, whether real or faked, was gone. Bram, whoever he had been, was gone. Moments later, power was restored to my work cocoon, ComHub and the block. The sudden light dazzled my eyes. My vidvu displayed data on the comm systems bypasses in New Inuvik. Trembling, I checked the transcript – and found Bram’s final, interrupted sentence. The file was unequivocal: he had named the year as “2020”. Three years shy of two centuries ago.

How to explain this irregularity?

The truth is, I cannot. Yet I am haunted by the beauty of the world I so briefly glimpsed. The trees. The light. The slow ease of life. How could our pre-Melt ancestors have been complicit in the loss of such a beautiful world? What were they thinking?

I conclude my report.

1

Een solar lamp is een populaire drieëntwintigste eeuws gadget, de lamp werd geroemd als the closest thing to parabolisch daglicht. Ingenieurs van Octagon ontwikkelde de solar lamp door verder te bouwen op technologie van de lichttherpatiebril, een primitieve maatregel tegen suïcide onder Antarctische inwoners.